Executieve functies

Het begrip executieve functies verwijst naar cognitieve processen, zoals doorzettingsvermogen, werkgeheugen en volgehouden aandacht, die nodig zijn om activiteiten te plannen en te sturen. Ze stellen ons in staat onze emoties te reguleren en onze gedachten te monitoren, zodat we efficiënt en effectief dingen kunnen ondernemen. 

Er is een nadrukkelijke relatie tussen de ontwikkeling van de hersenen gedurende de eerste twintig levensjaren en de ontwikkeling van de executieve functies.

Executieve functies als planning en organisatie, werkgeheugen en metacognitie helpen ons bij het bepalen van een doel, de weg er naar toe en wat er voor nodig is het te bereiken. 

Wanneer we bezig zijn dat doel te realiseren helpen de volgende functies ons om het ons gedrag (bij) te sturen. We doen er vooral een beroep wanneer we voor nieuwe uitdagingen staan. Die executieve vaardigheden zijn: 

  • reactie inhibitie: het vermogen na te denken voordat we iets doen
  • emotieregulatie
  • volgehouden aandacht
  • taakinitiatie
  • flexibiliteit
  • doelgericht doorzettingsvermogen

Wanneer executieve functies verstoord zijn, ontstaan er problemen met doelgericht gedrag. Dit komt onder andere voor bij kinderen, adolescenten en volwassenen met ADHD, autisme, leerproblemen en niet-aangeboren hersenafwijkingen. 

Het kan echter ook voorkomen bij hoogbegaafde kinderen. Executieve-functie-problematiek komt vaak pas aan het licht naarmate het kind ouder wordt en er een steeds groter beroep op deze functies wordt gedaan.

Executieve functies zijn niet hetzelfde als intelligentie. Dat is het samenspel van verstandelijke vermogens en processen en vaardigheden als: kunnen redeneren, relaties leggen, problemen oplossen, regels ontdekken in ongeordend materiaal, kunnen leren etc. 

Goed gebruik kunnen maken van je intelligentie is afhankelijk van goed werkende executieve vaardigheden.

Vaak zijn, per individu en per levensfase verschillend, niet alle executieve functies even goed ontwikkeld. Onderzoek kan inzicht geven in stoornissen in de werking van de onderliggende processen en functies en andere factoren. Dat biedt handvatten om interventies te adviseren

Met behulp van informatie van school en ouders, psychologisch onderzoek en vragenlijsten kunnen we  verschillende aspecten van het executief functioneren meten, zoals:

  • leren en korte- en langetermijngeheugen
  • aandacht en concentratievermogen (visueel en/of auditief, volgehouden en selectief)
  • inhibitie (remming)
  • plannen en organiseren
  • werktempo en (informatie)verwerkingssnelheid
  • waarneming (visueel en/of auditief)
  • cognitieve flexibiliteit (vermogen aandacht gemakkelijk te kunnen verdelen tussen verschillende onderwerpen en om snel te kunnen schakelen)
  • herkennen van emoties bij jezelf (en bij anderen)

Uit: Executieve functies bij kinderen en adolescenten en Slim maar..... - Peg Dawson en Richard Guare – Hogrefe Uitgever, respectievelijk 2010 en 2009.