Psychologisch onderzoek

Voor onze advisering is het meestal nodig om inzicht te krijgen in de cognitieve en sociaal-/emotionele kwaliteiten (niveau, sterktes en zwaktes). We doen dat ook om onze vermoedens te toetsen en om bijvoorbeeld gehoor-, oog- of neurologische problemen uit te sluiten. Bovendien laten scholen zich graag, en soms allen maar, overtuigen door de uitkomsten van een dergelijk onderzoek. 

We hebben een aantal instrumenten, waarvan de RAKIT-2 de meest gebruikte is. 

We doen het liefst onderzoek in onze eigen ruimtes. De ervaringen van kinderen en ouders hiermee zijn alleen maar heel positief. Wanneer je het anders wil, staan we open voor een gesprek. We kunnen het elders doen.

Wanneer het onderzoek niet de gewenste IQ score als uitkomst heeft, en wij wel van oordeel zijn dat uw kind dat wel is,en/of echt ander onderwijs nodig heeft, hebben we dikwijls voldoende argumenten om daarover in gesprek te gaan. Zo zijn er in goed overleg regelmatig kinderen binnen het Leonardo- of DaVinci onderwijs geplaatst. Duidelijk aanwezige zijnskenmerken spelen daar bij ook een rol.

Soms stellen we vast dat uw kind niet hoogbegaafd is en helpen we u ook verder. Uitgangspunt is dat een kind krijgt wat het echt nodig heeft. 

Wij onderzoeken wat de aanleg van uw kind is en in hoeverre het de executieve- en andere vaardigheden heeft om tot (hoog)begaafde prestaties te komen. Behalve aan leerprestaties en de voorwaarden daarvoor besteden ook aandacht aan het sociaal en emotioneel functioneren.

Het gebeurt regelmatig dat typische HB kenmerken of gedrag wordt verward met ASS of ADD/ADHD kenmerken. Er zijn echter ook hoogbegaafde kinderen die in meer of mindere mate ASS of ADD/ADHD of dyslexie hebben.  

Wat is de waarde van het gemeten IQ?

  • een IQ heeft geen absolute en statische waarde. 
  • het is een redelijk stabiele schatting van het functioneren op dat moment.
  • heeft voorspellende waarde voor de nabije toekomst;hooguit twee jaar
  • heeft verklarende waarde voor het functioneren in de afgelopen periode.
  • IQ getallen krijgen pas betekenis binnen een context en zijn daarom ook altijd met bepaalde marges van (on)betrouwbaarheid omgeven.
  • Belangrijke beslissingen baseer je niet louter op een IQ (Eisma,2011; Kottman, 2011). 

Feitelijk geldt iets soortgelijks voor uitkomsten van andere onderzoeksmiddelen. We houden niet van etiketten, maar soms zijn ze nuttig. Vrijwel altijd is ook zonder label aan te geven wat de pedagogische-didactische behoeften van een kind zijn en welk opvoedings- en onderwijsaanbod daarbij past.

Wanneer er al recent een psychologisch onderzoek is gedaan, maken we daar als het even kan gebruik van. We onderzoeken alleen wat echt nodig is en liefst zo weinig mogelijk. Dat scheelt kosten en tijd.