Werkwijze

Bel om vast te stellen of je bij ons aan het goede adres bent, hoe snel we beschikbaar zijn en hoe we werken en/of om direct een afspraak te maken. Mailen mag natuurlijk ook. Dan bellen wij jou.

Intakegesprek

Een intakegesprek voeren we bij voorkeur met beide ouders. De intakevragenlijst is de basis voor dat gesprek. Je kunt deze downloaden van de website en naar ons mailen, graag samen met de schoolonderzoeks-/cito resultaten.

Wilt u ook een foto meesturen van uw zoon of dochter? Wanneer er ook een schoolrapport is willen we graag dat je dat meeneemt naar het gesprek.
In het intakegesprek, dat circa een uur duurt, begint ons onderzoek dat een antwoord moet geven op uw vraag/vragen. We spreken dan ook af hoe we verder gaan.

Intelligentie- en ander onderzoek

Wanneer er al recent een psychologisch onderzoek is gedaan, maken we daar als het even kan gebruik van. We onderzoeken alleen wat echt nodig is en liefst zo weinig mogelijk. Dat scheelt kosten en tijd.

Om te kunnen adviseren is vrijwel altijd een intelligentie onderzoek nodig en gebruiken we soms, afhankelijk van de vraagstelling, ook andere instrumenten* zoals vragenlijsten om bijvoorbeeld inzicht te krijgen in andere cognitieve en sociaal-/emotionele kwaliteiten (sterktes en zwaktes, werkhouding, executieve functies) en om bijvoorbeeld gehoor-, oog- of neurologische problemen uit te sluiten. Of we dat doen, direct of later, hangt o.a. af van de vraagstelling. Maatwerk. Stap voor stap. Niet gelijk een hele “batterij”.

Bovendien laten scholen zich soms graag, en soms alleen maar, overtuigen door de uitkomsten van een dergelijk onderzoek.

We doen het liefst onderzoek in onze eigen ruimte. De ervaringen van kinderen en ouders hiermee zijn alleen maar heel positief. Wanneer u het graag anders wil, staan we open voor een gesprek.

Bespreken resultaten en adviezen

Het verslag van het onderzoek met observaties, uitkomsten, analyse, conclusies en adviezen is binnen twee weken beschikbaar digitaal en als hard copy. Dan wordt er een afspraak gemaakt om de resultaten en eventuele vervolgstappen met u te bespreken.

Wanneer het onderzoek niet de “gewenste” IQ-score als uitkomst heeft en wij wel van oordeel zijn dat uw kind en/of echt ander onderwijs nodig heeft, hebben we dikwijls voldoende argumenten om daarover in gesprek te gaan.

DaVinci- en andere scholen zijn daar ontvankelijk voor, maar doen terecht ook hun eigen screening. Duidelijk aanwezige zijnskenmerken spelen bij die beoordeling ook een rol.

Soms stellen we vast dat uw kind niet hoogbegaafd is. Dan helpen we u ook verder. Uitgangspunt is dat een kind krijgt wat het echt nodig heeft.

Schoolbezoek

Wij gaan, op verzoek van de ouders, vrijwel altijd mee naar school in gesprek met de leerkracht en de intern begeleider om vast te stellen of ze uw kind in de rapportage herkennen en of ze in bereid en in staat zijn het onderwijsaanbod te gaan doen wat het nodig blijkt te hebben.

Doorverwijzen

We doen alleen waar wij goed in zijn. Wanneer er wat anders nodig is verwijzen we graag door naar een remedial teacher, training sociale vaardigheden, kinder- speltherapeut, een kinder- en jeugdpsychiater, een oogarts etc.

Onze onderzoeksinstrumenten

Wij maken gebruik van:

WISC-V-NL
voor intelligentieonderzoek van kinderen tussen 6;0 en 16;11 jaar

WAIS-IV-NL
voor intelligentieonderzoek van jongeren en volwassenen, vanaf 16;0 jaar

RAKIT-2 
voor intelligentieonderzoek van kinderen tussen 4;0 en 12;11 jaar

BRIEF 
vragenlijsten m.b.t. de executieve functies in te vullen door ouders, leerkrachten en kinderen vanaf 11 jaar.

Dyslexie Screening Test (DST), 6;6 – 16;6 screeningsinstrument dat aangeeft aan hoe groot de kans op de aanwezigheid van dyslexie is.

HIPIC 
bestaat uit 144 korte gedragsbeschrijvende items. Ouders of anderen die het kind zeer goed kennen wordt gevraagd op een vijfpuntsschaal aan te geven hoe kenmerkend bepaald gedrag voor het kind is. Het invullen van de HiPIC duurt ongeveer 25 minuten.

SEV – sociaal emotionele vragenlijst
Vragenlijst in te vullen door ouders en leerkracht(en). Geeft signalen m.b.t. Aandachtstekort met hyperactiviteit (aandachtstekort, overbeweeglijk gedrag en impulsiviteit), Sociale gedragsproblematiek (oppositioneel-opstandig -, agressief – en antisociaal gedrag), Angstig en stemmingsverstoord gedrag (angstig gedrag in het algemeen, sociaal angstig -en angstig-depressief gedrag) en Autistisch gedrag.

Competentie Belevingsschaal (CBSK)
vraagt van kinderen een vragenlijst in te vullen en leidt tot een indruk van de wijze waarop kinderen zichzelf ervaren en hoe hij/zij zijn eigen vaardigheden en/of adequaatheid op een aantal relevante levensgebieden (school, sociale acceptatie, sportieve vaardigheden, fysieke verschijning, gedragshouding, gevoel van eigenwaarde) inschatten

Feel KJ
vragenlijst waarmee kinderen een indruk geven hoe ze omgaan met hub gevoelens van boosheid, angst en verdriet. (emotieregulatie).

SCARED 
vragenlijst om aard en niveau van angst bij kinderen vast te stellen

Wat is de waarde van intelligentie- en ander onderzoek

Een onderzoek – dus ook het resultaat – is altijd een momentopname en wordt behalve door de mogelijkheden die het kind heeft onder meer beïnvloed door diens algemeen fysiek en sociaal-/emotioneel welbevinden, de motivatie en het contact met de onderzoeker en diens conditie, doen en laten. Bovendien is geen enkel onderzoeksinstrument perfect.

Daarom worden meestal de mogelijkheden van een kind aangeduid als “met een grote mate van waarschijnlijkheid zittend” in een bepaald gebied in plaats van met een cijfer dat onterecht een absolute waarde suggereert.

Praktijken gebruiken bovendien steeds minder termen als (hoog)begaafd en spreken liever over een gemiddelde, zeer hoge (vanaf 130) en hoge intelligentie (vanaf 120), omdat de uitkomsten van het onderzoek primair iets zeggen over dat deel van de cognitieve kwaliteiten dat we samenvatten onder de term intelligentie en niet of de persoon wel of niet hoogbegaafd of gemiddeld is.

Bij het bespreken van “scores” of de bevindingen uit de ingevulde vragenlijst(en) moet je ook steeds bedenken dat:

  • Gedrag wordt bepaald door al of niet geërfde factoren en door factoren als omstandigheden, opvoeding, begeleiding, gezondheid, vorm van de dag.
  • Elke beoordeling van gedrag en dus ook de scores iets zeggen over de beleving en het referentiekader van de beoordelaar en over de omstandigheden en dus ook over de wijze waarop de ouder en leerkracht het kind benadert, anticipeert en/of reageert.

Wat is de waarde van het gemeten IQ en andere uitkomsten?

We zijn er erg goed in om de uitkomsten van de verschillende instrumenten te relativeren. We snappen best waarom mensen moeite hebben met (het invullen van) dwingende vragenlijsten. Tegelijk geloven we in de waarde van de resultaten, zeker wanneer we ze evalueren in relatie tot alle andere gegevens die ons ter beschikking zijn gesteld door ouders en school en door onze observaties.

Vrijwel altijd is ook zonder label aan te geven wat de pedagogische-didactische behoeften van een kind zijn en welk opvoedings- en onderwijsaanbod daarbij past. We houden niet van etiketten, maar soms zijn ze nuttig.

  • IQ heeft geen absolute en statische waarde. 
  • IQ is een redelijk stabiele schatting van het functioneren op dat moment.
  • IQ heeft voorspellende waarde voor hooguit twee jaar; vanaf 6-7 jaar stabiliseert het IQ
  • IQ heeft verklarende waarde voor het functioneren in de afgelopen periode
  • IQ cijfer krijgt pas betekenis binnen een context en is daarom ook altijd met bepaalde marges van (on)betrouwbaarheid omgeven (”met 90% zekerheid ligt de score tussen…..”)
  • belangrijke beslissingen baseer je niet louter op een IQ (Eisma,2011; Kottman, 2011). 

Hoogbegaafdheid is meer dan het hebben van een hoog IQ. Het algemeen geaccepteerde hoge IQ (130) voor deze kwalificatie komt ook soms niet uit een onderzoek. Wat dan?